home

Genealogische overzichten van diverse families in Nederland

Genealogie van de familie Bootzema

  • 25 januari 2011 23:48

De familie Bootzema wordt in Groningen voor het eerst aangetroffen als Cecilia Boesuma trouwt in 1672, zij is afkomstig “uijt ‘s Gravenhaegh”. Haar broer Cyprianus treedt op als getuige.

huwelijk Bufkins-Boesuma (1672)

De laatst bekende nazaten van Cyprianus Boesuma voeren de familienaam meestal als Bootsema, in de tweede helft van de 19e eeuw werd dit veranderd in Bootzema. De spelling veranderde nogal eens, ik heb veertien varianten gevonden: Boesuma, Boetsema, Bolzema, Bootsema, Bootseman, Bootsen, Boothzema, Bootzema, Bootsma, Bootsman, Botsema, Bouesma, Bousema en Buesma.

Bij de volkstelling in 1947 kwam de naam Bootzema in Groningen en Drenthe nog slechts 6 keer voor (Assen 1, Wildervank 3, Zuidlaren 2), in 2007 waren er nog minder dan 5 naamdragers.


Generatie I

I N.N. (Arnoldus?) Bootsema.

Cyprianus en Cecilia kregen beiden een zoon Arnoldus, dit zal dan vermoedelijk ook de voornaam van hun vader zijn.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

  1. Cyprianus Bootsema, geb. Den Haag 1645/1650, volgt onder II.

  2. Cecilia Bootsema, geb. Den Haag 1647/1652.

    Cecilia otr. Groningen 06-01-1672 en tr. ald. 26-01-1672 [Boesuma] met Joseph Bufkins, ook genaamd Bofkens, afk. van Londen.

  3. ? Judith Bootsema, afk. van Groningen, geb. 1657/1662, ovl. voor nov. 1689. In dec. 1679 lidmaat in Groningen, woonde in de Ebbingestraat.

    Bij de ondertrouw treedt voor de bruid op Petrus Isebrants, als broer(?). Hij trouwde in 1687 met Margaretha Harteliefs Molenkamp, van Peize.

    Judith otr. Groningen 07-10-1682 en tr. ald. 26-10-1682 met Hendrik Molenkamp. Koster van de Noorderkerk (1682).


Generatie II

II Cyprianus Bootsema, geb. 1645/1650, ovl. voor aug. 1691.

Cyprianus tr. Groningen 17-05-1673 [Bousema] met Maria Kuen, ook Konincks, mogelijk gedoopt Groningen 22-03-1649 als dochter van Watze Kuen (ook Coen en Cuen) en Margaretha Soor. Maria tr.2 Meeden 02-08-1691 met Eme Rempkens.

Cyprianus wordt in Groningen bij de ondertrouw van zijn zus Cecilia in januari 1672 voor het eerst in Groningen vermeld. In 1673 verkrijgt hij het klein burgerschap van Groningen en wordt hij lid van het schoenmakersgilde (in beide gevallen vermeld als Boetsema). Hij werd lidmaat in dec. 1681, woonde toen in de Guldenstraat.

Jacobus Taeckens, zoon van wijlen Claes Taeckens en Anna Broenholts(?), en Catharina Camphuis, dochter van wijlen Jan Camphuis en Dewertijn Kuen stellen 03-11-1699 een huwelijkscontract op. Mochten zij geen kinderen krijgen, dan gaat hun nalatenschap naar de resp. kinderen van “d’Eerw. pastor Joachimus Kuen tot Cantes bij Anna Braxs(?) en Jan Camphuis bij Dewertijn Kuen geprocureert als mede van Maria Kuens bij Ciprianus Bootzema in echte verwerkt”.

NB: Joachimus Kuen (ca. 1636-1704), oom van de bruid, was predikant te Kantens. Of Maria een tante was van de bruid (wat wel aannemelijk is) wordt niet vermeld.

Uit dit huwelijk (gedoopt te Groningen):

  1. Margreta Bootsema, geb. Groningen Kleine Pelsterstraat, ged. 26-06-1674 [Margriete Buesma]. In dec. 1711 lidmaat te Groningen, woonde in de Nieuwe Boteringestraat.
    Margreta otr. Groningen 17-11-1694 [Bootsema], elders (met attestatie) getrouwd met Harmen Arents. Hij was soldaat onder de heer kapitein Van Hulten (1694)

  2. Arnoldus Bootsema, geb. Groningen Poelestraat, ged. 29-08-1676 [Bouesma], volgt onder III.

  3. Catharina Bootsema, geb. Groningen Messemakersstraat, ged. 15-07-1683 [Bootsma].

Generatie III

III Arnoldus Bootsema, geb. Groningen Poelestraat, ged. Groningen 29-08-1676 [Bouesma], ovl. tussen 1707 en dec. 1709.

Arnoldus otr. Groningen 17-01-1705 en tr.1 Groningen 04-02-1705 [Boothzema] met Willemijna Trox ook genaamd Trocks, ged. Groningen 17-11-1682 [Willemijntjen Strocks], ovl. tussen april 1705 en maart 1707, dochter van Johannes (Jannes) Trox en Bijwe Willems.

Arnoldus otr. Groningen 26-03-1707 en tr.2 Groningen 13-04-1707 [Bootsema] met Trijntien Medendorp ook genaamd Middendorps en Medendorps, afk. van Groningen, ovl. na dec. 1734. Trijntien otr. later Groningen 16-04-1712 en tr. ald. 04-05-1712 met Pieter Jurriens Groenhof, geb. Groningen, ovl. na dec. 1734.

Arnoldus werd in juni 1705 lidmaat in Groningen, woonde toen in de Lammehuingestraat. Eind 1709 (ra III ij 16-12-1709) verdeelt Trijntien met zwager Reinder Scheerhoorn de boedel van haar overleden zuster Stijntien. Trijntien wordt dan vermeld als weduwe.

Arnoldus laat bij zijn overlijden na “een Hües en Kremers wynckel” (bron: Weeskamer 1712/21 – Arnoldus Botsema en Trienintien Mijddendorp)

Elsjen Harmens Mulder, weduwe van Jannes Trox verklaart in haar testament (ra III ij 30-04-1705) dat zij alles na laat aan stiefdochter Willemina Trox, huisvrouw van Arnoldus Bootsma.

Uit het eerste huwelijk:

  1. Bijwijna Bootsema, geb. Groningen Folkeringestraat, ged. Groningen 15-11-1705 [Bootsema], waarschijnlijk overleden voor 1709.

Uit het tweede huwelijk:

  1. Ciprianus Bootsema, geb. Groningen in ‘t Jadt, ged. Groningen 01-01-1708 [Bootsema], volgt onder IV.

Generatie IV

IV Ciprianus Bootsema, geb. Groningen in ‘t Jadt, ged. ald. 01-01-1708 [Bootsema], ovl. voor dec. 1771.

Ciprianus otr. Groningen 18-12-1734 (hc 15-12-1734) en tr. ald. 20-01-1735 [Bootsema] met bel. tot Enkhuijsen met Aafjen Wijgers, geb. Groningen, Vissersstraat, ged. Groningen 23-06-1715 (als Aefke), ovl. na dec. 1771, dochter van Wijger Willems en Saakjen Tjipkes.

Ciprianus werd lidmaat in dec. 1734, woonde toen in de Oude Jatstraat. Aafjen werd in dec. 1771 vermeld als lidmaat te Groningen, kwam uit Zandeweer.

Ciprianus wordt een enkele keer in een testament vermeld:

  • Testament van Grietien Jans, weduwe van de schrijver Jan Sickens (r.a. III ij 18-02-1709), zij laat haar erfenis na aan David Trox en Ursela Trox, echtelieden, met uitzondering van enkele geldsommen, waaronder 100 car. guldens voor “Arnoldus Bootsema soontien Cirprianus Bootsema”.
  • Testament van Ariaantje Groustra, weduwe van luitenant Sicco Schiltkamp (r.a. III ij 05-06-1751), zij verklaart na te laten “an haar nigte Trijntje Medendorps kinderen met name Evert Groenhoff tweehondert gld. en Cyprianus Bootsema hondert car.gld en tweehondert car.gld. aan Cyprianus kinderen bij haar meerderjarigheit uit te keeren”.

Uit dit huwelijk (gedoopt te Groningen):

  1. Arnoldus Bootsema, geb. Groningen Vissersstraat, ged. 02-06-1736 [Bootsema], volgt onder V-a.

  2. Wijger Bootsema, geb. Groningen Vissersstraat, ged. 06-10-1737 [Bootsman], volgt onder V-b.


Generatie V

V-a Arnoldus Bootsema, geb. Groningen Vissersstraat, ged. Groningen 02-06-1736 [Bootsema].

Arnoldus otr. Groningen 20-12-1760 en tr. ald. 06-01-1761 [Bootsema] met Grietje Hendriks ook genaamd Geertje, afk. van Groningen, geb. 1735/1740.

Uit dit huwelijk (gedoopt te Groningen):

  1. Cyprianus Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. 16-03-1762 [Bootsema], ovl. voor 1764.

  2. Cyprianus Bootsema, geb. Groningen Pijpm.drift, ged. 12-10-1764 [Bootsema], volgt onder VI-a.

  3. Marieke Bootsema, geb. Groningen bij Oosterpoort, ged. 12-04-1767.

  4. Hendrik Bootsema, geb. Groningen, ged. 02-09-1769 [Bootsema].

  5. Wicher Wilms Bootsema, geb. Groningen Molendrift, ged. 11-10-1772 [Bootsma], ovl. voor 1775.

  6. Wicher Willems Bootsema, geb. Groningen Hofstraat, ged. 09-04-1775 [Bootsema].


V-b Wijger Bootsema, geb. Groningen Vissersstraat, ged. ald. 06-10-1737 [Bootsman], ovl. voor 1812.

Wijger otr. Groningen 22-09-1759 en tr. ald. 09-10-1759 met Sophia Willems Steenblok ook genaamd Steenblock, ged. Groningen 15-12-1739, ovl. Groningen Oosterpoortenmolendrift letter R, nr 137 27-05-1812, dochter van Willem Derks Steenblok en Grietje Meinders.

Wijger wordt in 1784 vermeld (r.a. III ij 26-04-1784) als voogd over het minderjarige dochtertje van Derk Steenblok en wijlen Aaltje Jans Mentink.

Uit dit huwelijk (gedoop te Groningen):

  1. Aafijn Bootsema, geb. Groningen Zuiderdiep, ged. 02-05-1760 [Bootsema], ovl. voor 1768.

  2. Willem Bootsema, geb. Groningen bij Ebbingepoortmolen, ged. 07-03-1762, volgt onder VI-b.

  3. Aafjen Bootsema, geb. Groningen driemolendrift, ged. 15-01-1768, ovl. voor 1777.

  4. Ciprianus Bootsema, geb. Groningen, ged. 08-04-1770 [Bootsema], ovl. voor 1774.

  5. Wijger Bootsema, geb. Groningen, ged. 21-07-1772 [Bootsema], ovl. voor 1779.

  6. Cyprianus Bootsema, geb. Groningen Driemolendrift, ged. 18-11-1774 [Bootsema].

  7. Aafjen Bootsma, geb. Groningen Oosterpoort, ged. 06-04-1777 [Bootsema], volgt onder VI-c.

  8. Wicher Bootsema, geb. Groningen Molendrift, ged. 18-11-1779 [Bootsen], ovl. voor 1787.

  9. Grietien Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. 23-07-1783 [Boetsema], volgt onder VI-d.

  10. Wieger Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. 06-07-1787 [Bootsema], ovl. voor 1795.

  11. Wijger Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. 25-01-1795 [Bolzema].


Generatie VI

VI-a Cyprianus Bootsema ook genaamd Siprianus, geb. Groningen Pijpm.drift, ged. Groningen 12-10-1764 [Bootsema], ovl. Wildervank 13-11-1835 [Bootsema] Oosterdiep 32.

Cyprianus otr. Groningen 11-10-1788 en tr. Wildervank 26-10-1788 met Hindrikjen Meertens, ged. Wildervank 09-03-1760, ovl. voor 1830, dochter van Meerten Geerts en Wemeltje Gerrits. Bij overlijden van Cyprianus werd zij vermeld als Hinderkien Hilbrands

Volgens het trouwboek van Groningen was Cyprianus “Soldaat in de Compagnie van de Majoor Ebbinge in het Bataillon Orange Drenthe”, in Wildervank werd vermeld: “Soldaat in t Regiment zijner D. Hoogheid Orange Stad en Lande en Orange … met permissie van zijn Captein, de Majoor… ingevolge zijn Hoogh. Gest. Handschrift in dato d … aan mij getoond”.

In 1830 was hij aanwezig bij het huwelijk van zoon Meerten en tekende de akte als ‘S. Bootzema’, hij was toen wolkammer.

Uit dit huwelijk:

  1. Anna Magrita Bootsema, geb. Groningen Uurwerkersgang, ged. Groningen 19-12-1788 [Botsema].

  2. Grietje Bootsema, ged. Wildervank 22-08-1790 [Bootsema].

  3. Meerten Bootsema, ged. Wildervank nov. 1792 [Bootsema], ovl. voor 1796.

  4. Meerten Bootsema, ged. Wildervank 05-06-1796 [Bootsema], volgt onder VII-a.


VI-b Willem Bootsema, geb. Groningen bij Ebbingepoortmolen, ged. ald. 07-03-1762, ovl. Groningen, tweededrift bij Oosterpoortmolen, letter R, nr 134, 04-01-1818 [Bootsma].

Willem otr. Groningen 23-04-1785 en tr. ald. 27-05-1785 met Weija Stevens Bos, van Zuidbroek, geb. ca. 1762, ovl. Groningen, Prinsenstraat, letter R, nr 114, 21-06-1822, waarschijnlijk dochter van Steven Jans Bos en Tietje Haijckes (tr. Noordbroek 1758).

Willem was metselaarsknecht (1818)

Uit dit huwelijk:

  1. Steven Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 11-07-1790, ovl. voor 1807.

  2. Arnoldus Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 23-03-1792 [Bootsema].

  3. Tietien Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 19-09-1797, ovl. ald. 24-07-1834 [Bootsema] Driemolendrift, letter S, nr 272.

    Tietien tr.1 Groningen 21-10-1821 met Albertus Kram, ged. Groningen 15-02-1795, ovl. Groningen, op de Wal, letter S, nr 254, 28-10-1826, zoon van Johannes Kram en Catharina Dalmölle. Wolspinner (1826).

    Tietien tr.2 Groningen 14-04-1833 met Joannes Franciscus Wieringa, ged. Groningen 18-02-1805, zoon van Gerardus Wieringa en Joanna Langendijk.

  4. Wijger Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 16-08-1801 [Bootsema], ovl. voor 1804.

  5. Wigert Bootsma, geb. Groningen Princestraat, ged. ald. 14-08-1804 [Boodsema], volgt onder VII-b.

  6. Steven Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 06-09-1807 [Bootzema], ovl. Groningen, bij de Oosterpoortmolen, letter R, nr 134, 03-10-1814.


VI-c Aafjen Bootsma, geb. Groningen Oosterpoort, ged. Groningen 06-04-1777, ovl. Muntendam, Bovenweg, 13-12-1855.

Aafjen otr. Groningen 16-07-1796 en tr.1 ald. 12-08-1796 met Philip Wopkes ook genaamd Philippus, afk. van Leeuwarden, ovl. voor 1800. Korporaal in het 4e bataljon jagers

Aafjen otr. Groningen 11-07-1801 en tr.2 ald. 02-08-1801 met Christiaan Klages ook genaamd Clages, geb. Vlissingen ca. 1775, ovl. Groningen, garnizoensziekenhuis, 24-06-1829, zoon van Willem Klages en Anna Catrina Huizers. Jager in het 4e batalon Bataafsche jagers (1801), tuchthuisknecht (1821), knecht voor de baden in de garnizoensziekenzaal (1829).

Aafjen wordt bij haar doop vermeld als Bootsema, verder komen zij en haar dochter in de akten voor als Bootsma.

Uit het tweede huwelijk:

  1. Johanna Catharina Bootsma, ged. Groningen 18-06-1800, “waarvan vader erkent te zijn en zo as doenl. deeze Wed.e wil trouwen Christiaan Klages, jager in guarnis. alhier”, ovl. Groningen, RK Armenhuis, 17-05-1863.
    Johanna tr. Groningen 24-06-1821 met Anne Willems Beekman; geb. Scheemda 14-04-1801, ovl. Groningen, Schoolholm, letter G, nr 124, 17-07-1841, zoon van Willem Jans en Antje Velters. Sjouwer (1841).

VI-d Grietien Bootsema, geb. Groningen Ipenmolendrift, ged. ald. 23-07-1783 [Boetsema].

Haar dochter van een onbekende man:

  1. ? Martha Bootsema, geb. ca. 1801, ovl. Groningen 18-07-1816 [Bootsema] Boterdiep letter I, nr. 20, moeder vermeld als Geertien Bootsema.


Generatie VII

VII-a Meerten Siprianus Bootzema, ged. Wildervank 05-06-1796, ovl. Zuidlaren 18-08-1852.

Meerten tr. Anloo 24-05-1830 met Jeichien Lucas Leving, geb. Zuidlaren 17-10-1801, ovl. ald. 04-07-1858, dochter van Lucas Leving en Jantjen Reints.

Meerten wordt bij zijn doop en huwelijk vermeld als Bootsema, in zijn overlijdensakte als Bootsma. De familienaam is in de laatstgenoemde akte, op verzoek van dochter Jantien, in 1861 gewijzigd in Bootzema.

Meerten verklaarde bij het huwelijk en de geboorte van Lucas niet te kunnen schrijven, hij ondertekende wel de geboorteakten van Jantien (als M. Boetsma) en Hendrik (als M. Bootsma?), maar verklaarde bij de geboorte van Jan opnieuw niet te kunnen schrijven.

Jeichien was voor het huwelijk dienstmaagd te Eext. Meerten was boerenknecht (1830), landbouwer (1831), arbeider (1832) te Eext. Vanaf 1836 vermeld als arbeider te Zuidlaren.

Uit dit huwelijk:

  1. Lucas Boetsema, geb. Eext 23-05-1831, ovl. Eext 16-10-1831. Bij geboorte en overlijden vermeld als Boetsema.

  2. Jantien Bootzema, geb. Anloo 01-09-1832, ovl. Assen 12-02-1903.
    Jantien tr. Norg 07-09-1861 met Gerrit Muller, geb. Coevorden 20-10-1832, ovl. Roswinkel, Emmen 04-07-1899, zoon van Jan Muller en Tonia Kleinsmid. Gerrit was politiebediende (1899)

    In Jantiens geboorteakte wordt de familienaam vermeld als Boetsema. Op haar verzoek is dit (uitspraak Arrondissementsrechtbank Assen 17-08-1861) voor haar huwelijk veranderd in Bootzema.
    Hierbij werd gesteld “Dat de juiste spelling der namen kan blijken uit de onderteekeningen der hierbij in afschrift overlegde huwelijksacte, waarin de bedoelde echtelieden bovendien nog met hunne vadersnaam worden aangeduid, gelijk dit veelal ‘t gebruik in Drenthe pleeg te zijn”. Vader Meerten, die in de huwelijksakte wordt vermeld als Bootsema tekende niet (later tekende hij als Bootsma), maar grootvader Cijprianus tekende als ‘S. Bootzema’, deze spelling is dan ook aangehouden.

  3. Hendrik Bootzema, geb. Zuidlaren 18-10-1836, volgt onder VIII-a.

  4. Jan Leving Bootzema, geb. Zuidlaren 25-09-1840, volgt onder VIII-b.

VII-b Wigert Bootsma, geb. Groningen, Prinsenstraat, ged. Groningen 14-08-1804, ovl. Groningen, Molenstraat, letter R, nr. 241, 09-10-1833.

Wigert tr. Groningen 22-08-1830 met Kornelia Hindriena Geziena van der Ee, ged. Groningen 11-09-1803, ovl. na 1833, dochter van Hindrik van der Ee en Barbara Harms. Breidster (1830). Zij tr.2 Groningen 01-02-1846 met Pieter Zwarts; geb. Delft 15-05-1808, zoon van Philippus Zwarts en Pieternella van Leijden.

Wigert en Kornelia overlegden bij het huwelijk een certificaat van onvermogen. Wigert was schoenmaker (1830) te Groningen. Werd in 1823 ingelijfd bij de 8e afd. infanterie. Kort voor zijn huwelijk in garnizoen te Coevorden. Later schutter bij de mobiele Groninger schutterij (1833). Bij overlijden met verlof in Groningen.

Signalement van Wigert: lengte 1 el, 5 pm en 9 duim. Smal aangezicht, rond voorhoofd, blauwe ogen, dikke neus, grote mond, platte kin, donkerbruin haar.

Wigert wordt alleen bij zijn doop vermeld als Boodsema, verder worden hij en zijn (klein-)kinderen in de akten vermeld als Bootsma.

Uit dit huwelijk:

  1. Barbara Bootsma, geb. Groningen, Molenstraat, letter R, nr 241, 27-10-1830, ovl. Groningen, Molenstraat, 15-09-1836.

  2. Wilhelmina Bootsma; geb. Groningen, Molenstraat, letter R, nr 241, 19-01-1833, volgt onder VIII-c.


Generatie VIII

VIII-a Hendrik Bootzema, geb. Zuidlaren 18-10-1836, ovl. Zuidlaren 11-03-1904.

Hendrik tr. Zuidlaren 13-05-1864 met Hinderkien Ensing, geb. Bonnen (Gieten) 15-05-1837, ovl. Zuidlaren 25-07-1917, dochter van Berend Ensing en Obbechien Marissen.

In Hendriks geboorteakte wordt de familienaam vermeld als Bootsma. Op Hendriks verzoek is dit (uitspraak Arrondissementsrechtbank Assen woensdag 04-05-1864) voor zijn huwelijk veranderd in Bootzema.

Hendrik was arbeider (1865) in Zuidlaren.

Uit dit huwelijk:

  1. Meerten Bootzema, geb. Zuidlaren 20-03-1865, ovl. Zuidlaren 20-03-1865.

  2. Jeichien Bootzema, geb. Zuidlaren 31-12-1866, ovl. Zuidlaren 19-03-1907, ongehuwd.

  3. Berend Bootzema, geb. Zuidlaren 21-01-1870, volgt onder IX-a.

  4. Marchien Bootzema, geb. Zuidlaren 14-07-1873.


VIII-b Jan Leving Bootzema, geb. Zuidlaren 25-09-1840, ovl. Zuidlaren 16-08-1911.

Jan tr. Zuidlaren 20-09-1873 met Aaltje Wiering, geb. Zuidlaren 14-02-1844, ovl. Wildervank 15-01-1918, dochter van Roelof Wiering en Hinderika Mulders.

In Jans geboorteakte wordt de familienaam vermeld als Bootsma. Op Jans verzoek is dit (uitspraak Arrondissementsrechtbank Assen zaterdag 14-05-1864) veranderd in Bootzema. Het is daarom opmerkelijk dat Jan in zijn overlijdensakte weer vermeld wordt als Bootsma.

Jan was landbouwer (1873, 1875, 1876, 1881), kruidenier/winkelier (1889), tapper (1901), arbeider (1911). Aaltje woonde na het overlijden van Jan bij zoon Martinus in Vlagtwedde en later in Emmen.

Uit dit huwelijk:

  1. Roelof Bootzema, geb. Zuidlaren 03-01-1875, volgt onder IX-b.

  2. Jeigien Bootzema, geb. Zuidlaren 07-03-1876, ovl. Zuidlaren 15-04-1889.

  3. Martinus Bootzema, geb. Zuidlaren 02-02-1881, volgt onder IX-c.


VIII-c Wilhelmina Bootsma; geb. Groningen, Molenstraat, letter R, nr 241, 19-01-1833

Wilhelmina tr. Oldenzaal 30-11-1889 met Jan Broekhuijzen, geb. Vledder ca. 1830, zoon van Frans Broekhuijzen en Maria Waardenberg.

Haar kinderen:

  1. Wiegerdina Bootsma, geb. Groningen, Molenstraat, letter R, nr 241, 09-11-1856, ovl. Groningen, Molenstraat, letter R, nr 270, 16-01-1857

  2. Frans Bootsma, geb. Groningen, letter Y, nr 146, 16-03-1861, ovl. Groningen, in een steeg buiten de Oosterpoort, letter Y, nr 146, 29-03-1861


Generatie IX

IX-a Berend Bootzema, geb. Zuidlaren 21-01-1870, ovl. Zuidlaren 14-06-1939.

Berend tr. Zuidlaren 28-05-1904 met Betje Hoekzema, geb. Adorp 13-02-1876, ovl. na 1939, dochter van Harko Hoekzema en Derkje Modderman.

Berend was trambeambte, later kruidenier, koopman (1939)

Uit dit huwelijk:

  1. Hinderkien Bootzema, geb. Zuidlaren 15-02-1907, overleden 30-08-1986. Zij tr. met Pieter Brink.

  2. Harko Bootzema, geb. Zuidlaren 15-06-1919, ovl. Zuidlaren 30-03-1993, begr. Zuidlaren “De Waalakker” 03-04-1993. Harko tr. met Ida Kuiken, geb. 1917

IX-b Roelof Bootzema, geb. Zuidlaren 03-01-1875, ovl. Wildervank 17-01-1951.

Roelof tr. Zuidlaren 18-05-1901 met Trientje Hazenberg, geb. Marum 29-03-1874, ovl. Wildervank 07-09-1942, dochter van Lubbe Hazenberg en Alberdina Bosman.

Trientje was voor het huwelijk boerenmeid in Zuidlaren. Roelof was kruidenier (1895, 1901), winkelier (1902) te Zuidlaren. Verhuisde 8 mei 1916 met zijn gezin naar Exloo (Odoorn), waar hij bakker was. Het gezin verhuisde 07-05-1917 naar Wildervank.

Uit dit huwelijk:

  1. Aaltje Alberdina Bootzema, geb. Zuidlaren 14-05-1902, overleden Bussum 30-07-1994. Aaltje tr. Wildervank 24-08-1922 met Jan Bieze, geb. Onstwedde ca. 1896, overleden voor 1994, zoon van Harm Bieze en Jakobtje Wiendels.

  2. Lubbertus Jan Bootzema. geb. Zuidlaren 11-03-1904

  3. Jan Bootzema; geb. Zuidlaren 16-12-1906

IX-c Martinus Bootzema, geb. Zuidlaren 02-02-1881.

Martinus tr. Zuidlaren 19-09-1908 met Hermina Maria Hermans, geb. Amsterdam 12-07-1872, dochter van Abraham Hermans en Aaltje Carelsen. Hermina woonde bij het huwelijk in Zuidlaren, maar ‘binnen de laatste 6 maanden’ in Harderwijk.

Martinus was commies bij de belastingen (1908). Woonde al voor zijn huwelijk in Vlagtwedde. In dec. 1912 verhuisde het gezin naar Emmen.

Uit dit huwelijk:

  1. Aaltje Bootzema; geb. Vlagtwedde 01-11-1909

- – voor het laatst bijgewerkt op 9 maart 2011 – -

Geef een reactie