Polaroid Photo

Fotos van Genealogicus.nl

Genealogicus.nl

Genealogische overzichten van diverse families in Nederland

Stamreeks Emmes

Warner Emmes (ca. 1743-1829) trok in de tweede helft van de achttiende eeuw vanuit Emmelkamp, het Duitse Emlichheim, naar de stad Groningen. Zijn laatst bekende nazaat in mannelijke lijn, kolonel Warner Emmes jr., streed onder andere in de oorlog tegen de Belgen. Na 1840 ontbreekt van hem elk spoor, het is niet bekend of hij kinderen heeft gekregen.


Generatie I

I Albert Emmes; landbouwer te Emlichheim.

Albert tr. met Hermina Tinckens

Uit dit huwelijk:

  1. Warner Emmes; geb. Emlichheim ca. 1743, volgt onder II


Generatie II

II Warner Emmes; geb. Emlichheim ca. 1743, ovl. Groningen (Heilige Geest Gasthuis, Pelsterstraat; letter F, nr. 60) 14-11-1829.

Warner otr. Groningen 19-7-1766 en tr. Groningen 6-8-1766 (in de A-Kerk, ingezegend door ds. Wieringa) Geertruida Alders; ged. Groningen 10-7-1743, ovl. Groningen (Heilige Geest Gasthuis), begr. Groningen 6-1-1802, dochter van Pieter Alders (ca. 1705-1788), koopman, en Annigje Gerrits Hondebeeck (ca. 1705-1770).

Warner werd bij de ondertrouwinschrijving vermeld als ‘Warner Emmens, van Emmelencamp’. Getuige bij het huwelijk was Geertruida’s vader Pieter. Het gezin woonde aan (de noordzijde van) het Zuiderdiep. Vader Pieter Alders had in 1760 de ‘behuijsinge met plaatsjen of opene grond’ ten noorden aan het Zuiderdiep, tussen de Haddinge- en de Pelsterstraat gekocht. Mogelijk woonde het gezin Emmes in dit huis, of in elk geval hier in de buurt. Warner was volgens de overlijdensacte van dochter Geertruida stoffenverversknecht.

Warner en Geertruida woonden aan het Zuiderdiep (1766-1782), aan de Herestraat – buiten de Herepoort (1782-1800) en in het Heilige Geest Gasthuis (1800-ovl.).

Warner trad geregeld op als getuige:

  • verkoop van een huis door dochter Annigjen (1797)
  • overlijden dochter Hendrika Emmes (1813)
  • geboorteaangifte kleindochter Gerregien Sikkina de Ruiter (1816)
  • huwelijk kleinzoon Warner Bentum (1818)
  • geboorteaangifte kleindochter Maria de Ruiter (1821)
  • huwelijk kleinzoon Albertus Bentum (1822)
  • huwelijk kleinzoon Warner Bentum (1827), gaf ‘mondeling consent’
  • huwelijk kleinzoon Pieter Bentum (1829), per notariële acte

Uit dit huwelijk:

  1. Harmina Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [A-kerk] 5-7-1767, ovl. voor 1772.

  2. Annigjen Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep, noordzijde], ged. Groningen [A-kerk] 1-10-1769, ovl. Groningen [Heil. Geest Gasthuis] 08-10-1826. Zij werd in november 1792 lidmaat van de Herv. Kerk te Groningen, zij woonde toen in de Broerstraat.

    Annigjen otr. Groningen 16-4-1791 en tr.1 Groningen 6-5-1791 (in de Martinikerk, ingezegend door ds. van Bolhuis) Jacobus Bentum (ook Benthum); ged. Zuidlaren 11-01-1767, ovl. Ommelanderwijk (Veendam), begr. Veendam 03-12-1805, zoon van Albert Alberts Pleisier en Margjen Coops Bentum.

    Annigjen tr.2 Groningen 14-8-1823 Jan Human; ged. Groningen 7-7-1750, ovl. Groningen [Pelsterstraat F 64] 12-10-1826, zoon van Derk Human, koopman, en Elligje Jacobs. Jan otr. Groningen 5-4-1783 en tr.1 Groningen 8-5-1783 (in de N.Kerk ingezegend door ds. Sijpkens) Jantien Arends Rotgers; † Groningen 15-6-1819. Getuige bij Annigjens beide huwelijken was vader Warner Emmes.

    Jans overlijden werd aangegeven door stiefzoon Warner Bentum (28 jr, drogist) en aangeh. neef Hindrik Pieters Kremer (59 jr, zilversmid).

    Uit het eerste huwelijk:
    • Warner Bentum; geb. Groningen [Broerstraat], ged. Groningen 06-03-1793. zonder beroep (1818), drogist (1822, 1826, 1827) te Groningen.

      Warner tr.1 Groningen 10-05-1818 met Martha Klages; ged. Groningen 30-07-1797, ovl. Groningen 13-04-1827, dochter van Adam Klages en Trijntje Groothuis.

      Warner tr.2 Groningen 13-12-1827 met Frederica Jacoba Bolmeijer; ged. Groningen 19-12-1802, ovl. voor 1845, dochter van Jacob Fredrik Bolmeijer en Jantje Bonsema. Getuige bij het huwelijk was o.a. neef Gerhardus Warnerus Immink (21 jr, winkelbediende).

      Warner tr.3 Groningen 09-01-1845 met Wemelina Cost; geb. Bedum 03-11-1819, dochter van Willem Cost en Mijntje Klugkist.

    • Albertus Bentum; geb. Groningen [Carolieweg], ged. Groningen 10-01-1798. Drogist (1822).

      Albertus tr. Groningen 23-06-1822 met Anna Elizabeth Meinders; ged. Groningen 03-12-1800, dochter van Jacobus Meinders, koopman te Wildervank, en Johanna Henderika Piccart. Getuigen bij het huwelijk waren broer Warner Bentum (28 jr, drogist), grootvader Warnes Emmes (79 jr, zonder beroep), oom Derk de Ruiter (29 jr, steenhouwersknecht) en Jan Jozeph Puffet (61 jr, steenhouwer).

    • Pieter Bentum; geb. Groningen [Pelsterstraat], ged. Groningen 10-12-1800. zonder beroep te Groningen (1829).

      Pieter tr.1 Leek 17-10-1829 met Sietske Rimerius Posthumus; geb. ca. 1780, ovl. voor 1857, dochter van Remerius Posthumus en Liefke Hendriks Raven. ‘Eigenaresse’ in 1829. Grootvader Warner Emmes gaf bij notariële acte toestemming voor het huwelijk.

      Pieter tr.2 Leek 07-02-1857 met Catrina Scholtens; geb. Groningen ca. 1822, dochter van Christiaan Jans Scholtens en Grietje Seiffers.

    • Margjen Bentum; geb. Veendam, ged. Groningen 26-05-1805, ‘wegens ‘t burgerschap hier te Gron. gedoopt’, ovl. Groningen 05-02-1813. Werd bij haar overlijden -ten onrechte- aangegeven als Marta Bentum, dochter van wijlen Franciscus Bentum en Annegien Emmer.

  3. Harmina Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [Martinikerk?] 16-09-1772, ovl. Groningen 18-08-1847.

    Harmina otr. Groningen 29-07-1797 en tr. Groningen 06-08-1797 ds. Gerhardus Wilhelmus Immink; geb. Haaksbergen 17-11-1776, ovl. Engelbert 24-06-1821, zoon van Gerhardus Immink (1737-1819), apotheker, en Engelbarta Catharina van Kamen (1752-?). Predikant te Enter 1797, Gorssel 1800, Rekken 1805, Borculo 1806, Engelbert 1818-overl.

    [Over deze familie Immink is gepubliceerd in Ned. Patriciaat, 29e jaargang, 1943.]

    Harmina werd in november 1792 lidmaat van de Hervormde Kerk, zij woonde toen voor de Herepoort. Getuige bij het huwelijk was vader Warner Emmes. In september 1839 gaf Harmina haar ‘olographischen uitersten wil bij den ondergeteekenden notaris in bewaring’. (Blijkbaar heeft de notaris een afschrift gemaakt, het originele testament is namelijk, nog steeds verzegeld, aanwezig in de Groninger Archieven).

    Uit dit huwelijk:

    • doodgeboren zoon; geb. Enter 21-11-1798
    • Gerhardus Wernerus Immink; geb. Enter 25-03-1800, ws. jong overleden.

  4. Albert Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep] 1775, volgt onder III.

  5. Trijntje Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [A-kerk] 30-7-1777, ovl. voor 1808

  6. Fennigien Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [A-kerk] 13-10-1779, ovl. voor 1808

  7. Hendrika Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [A-kerk] 06-12-1780, als Hendrikje, ovl. Groningen [Pelsterstraat V 208] 21-07-1813. Woonde bij haar overlijden in Haaksbergen, was waarschijnlijk op familiebezoek in Groningen.

    Hendrika tr. Haaksbergen 08-09-1805 met Hendrik Adolf Immink; geb. Haaksbergen 23-06-1778, ovl. Haaksbergen 19-05-1858, zoon van Gerhardus Immink (1737-1819), apotheker, en Engelbarta Catharina van Kamen (1752-?). Hendrik was bakker te Haaksbergen. Hij was een broer van Hendrika’s zwager Gerhardus.

    Hendrik tr.2 Haaksbergen 10-09-1814 met zijn nicht Anna Daniela Immink; geb. Losser 16-06-1791, ovl. Haaksbergen 11-10-1826, dochter van Jacobus Immink en Hendrika Barfde.

    [Over deze familie Immink is gepubliceerd in Ned. Patriciaat, 29e jaargang, 1943.]

    Uit dit huwelijk:

    • Gerhardus Warnerus Immink; geb. Haaksbergen 10-08-1806, ovl. Enter 12-08-1880. Winkelbediende (1827), genees-, heel- en vroedmeester te Enter.

      Gerhardus tr. Wierden 18-08-1841 met zijn achternicht Anna Jacoba Immink; dochter van ds. Gerhardus Hendrik Immink, predikant te Enter, en Geertruit ter Weele.

      Anna was een kleindochter van Gerhardus’ oudoom Jacobus en daarmee ook tantezegger van Gerhardus’ stiefmoeder.

    • Jacobus Immink; geb. Haaksbergen 18-04-1809, ovl. Haaksbergen 04-09-1809
    • Geertruida Catharina Immink; geb. Haaksbergen 18-04-1809, ovl. Haaksbergen 26-11-1849.

      Geertruida tr. met Lucas Leestemaker

    • Adriana Josina Immink; geb. Haaksbergen 13-04-1812, ovl. Wierden 19-07-1885.

  8. Geertruda Emmes; geb. Groningen [voor de Herepoort], ged. Groningen [A-kerk] 23-10-1782, ovl. Groningen [Kleine Raamstraat S 22a] 21-07-1849.

    Geertruda tr. Groningen 18-06-1812 Derk de Ruiter; ged. Groningen 23-06-1793, ovl. Groningen (Stadsziekenhuis) 14-04-1845, ‘laatst gewoond hebbende in het Ger. Armenhuis’, zoon van Sikke Derks de Ruiter en Sara Berends. Derk was steenhouwer aan het zuiderdiep te Groningen. Geertruda was geautoriseerde vroedvrouw te Groningen.

    Uit dit huwelijk:
    • Sara de Ruiter; geb. Groningen 08-11-1812, ovl. Groningen 03-02-1875.
    • Warner de Ruiter; geb. Groningen [Zuiderdiep] 10-07-1815, ovl. Groningen 03-01-1846.
    • Gerregien Sikkina de Ruiter; geb. Groningen [Zuiderdiep] 22-12-1816, ovl. Groningen 26-10-1895.

      Gerregien tr. Groningen 28-10-1849 met Pieter Lohr (ook Loor); geb. Groningen 31-12-1826, ovl. Groningen 17-05-1898, zoon van Berend Lohr en Trijntje Jans Ek. Pieter diende als milicien bij het derde Reg. Infanterie en was ten tijde van zijn huwelijk met onbepaald verlof. Loodgietersknecht te Groningen. Bij het huwelijk getuigden o.a. bruids oom Sikke Sikkens (47 jr, schuitevaardersknecht) en neef Jan K. Mulder (37 jr, wijntappersknecht).

    • Geertruida de Ruiter; geb. Groningen [Zuiderdiep] 07-04-1820, ovl. Groningen 19-05-1820.
    • Maria de Ruiter; geb. Groningen [Zuiderdiep] 07-08-1821, ovl. Groningen 16-06-1870.


Generatie III

III Albert Emmes; geb. Groningen [Zuiderdiep], ged. Groningen [Martinikerk?] 13-1-1775, ovl. Groningen 13-3-1813.

Albert tr. Groningen 29-12-1799 Annegien Sijwkes; geb. Vierhuizen ca. 1768, ovl. Groningen 8-2-1838, dv Sijwke Mennes (1729-?) en Anje Arijs.

Getuige bij het huwelijk was Annegiens neef Renso Hulzebos. Het gezin Emmes woonde tussen 1802 en 1805 in Ulrum. Albert was blaauwverver, stoffenverversknecht. Annegien was arbeidster (1823), mangelster (1830) te Groningen. Annegien kon niet schrijven.

Uit dit huwelijk:

  1. Geertruda Warneerda Emmes; geb. Groningen [voor de Herepoort], ged. Groningen 5-3-1800, ovl. Groningen 8-3-1867.

    Geertruda tr. Groningen 05-05-1822 met Willem de Vries; ged. Groningen 9-1-1793, ovl. Groningen 29-10-1879, zoon van Sijtze Gerbrands de Vries (1757-1827), voerman, koemelker, en Aaltje Harms Leffers (1764-1804). Geertruda was voor haar huwelijk dienstbode. Willem was bierbrouwersknecht, later werd hij meesterknecht en tapper in een kelder in de Kleine Steentilstraat te Groningen. Getuigen bij het huwelijk waren broer Gerbrand de Vries (36 jr, winkelier), grootvader Warner Emmes (80 jr), Renso Hulzebos (52 jr, kuiper) en Adam Medendorp (26 jr, kistenmaker). Zie de Genealogie De Vries.

    Uit dit huwelijk:
    • Sietse de Vries; geb. Groningen 19-01-1823. Schrijnwerker (1849). Sietse tr. Groningen 21-11-1847 met Grietje Bartels; geb. Groningen 16-02-1821, dochter van Hindrik Bartels Nijveen en Ida Geerts Kok.
    • Alberdina de Vries; geb. Groningen 08-1828, ovl. ald. 12-10-1829.
    • Aaltien de Vries; geb. Groningen 09-08-1830, ovl. Groningen 14-08-1900.

      Aaltien tr. voor 1854 met Pieter Hoekstra; geb. Akkrum 11-10-1823, ovl. Finsterwolde 27-12-1880, zoon van Anne Pieters Hoekstra en Grietje Harms de Jong. Pieter was schipper op eigen schip ‘Aaltiena’.

    • Harmanna Alberdiena (Miena) de Vries; geb. Groningen 19-03-1833, ovl. Groningen 04-07-1884.
    • Gerbrand de Vries; geb. Groningen 04-02-1836, ovl. Groningen 05-11-1877.

      Gerbrand tr. Groningen 22-05-1864 met Jantje Mol, ovl. Groningen 06-02-1885, dochter van Hermanus Mol en Eltje Steenbergen.

      Gerbrand was zadelmakersknecht, zakkenmaker. Jantje staat na Gerbrands overlijden vermeld als wasvrouw.

    • Klaas de Vries; geb. Groningen 09-06-1842, ovl. Groningen 28-12-1915.

      Klaas tr. Anloo 18-07-1868 met Geessien de Jonge; geb. Annerveen 08-01-1841, ovl. Ridderkerk 29-04-1902, dochter van Roelof Jans de Jonge en Elsien Eppes Dik.

      Klaas was kok op het schip de Aaltiena van zijn zwager Pieter Hoekstra. Later werd hij zelfstandig schipper.

  2. Antje Emmes; geb. Ulrum 19-4-1802, ged. Groningen [A-Kerk] 19-05-1802, ovl. Groningen [Schoolholm G 120] 03-07-1848.

    Antje tr. Groningen 23-5-1830 met Joannes Swint; ged. Groningen 25-09-1804, ovl. Groningen 13-09-1881, zoon van Hinderikus Swint, weversknecht, en Jantien Abberings/Abbringh. Antje was dienstbode, Joannes weversknecht, later wever. Joannes tr.2 Groningen 11-02-1849 met Margien Roelofs, zich noemende Lukkien; geb. Veendam 22-05-1807, ged. Veendam 07-06-1807, dochter van Roelf Pieters (Lukje) en Annigje Jans Haakschop.
    Bij het huwelijk van Joannes en Margien getuigden zwagers Willem de Vries (56 jr, bierbrouwersknecht) en Jan Klaas Mulder (37 jr, wijntappersknecht), neef Sietse de Vries (26 jr, schrijnwerkersknecht) en Jacob Bulthuis (54 jr, kuiper).

    Uit dit huwelijk:
    • Hinderikus Swint; geb. Groningen 10-12-1835, ovl. Groningen 15-08-1882. Schrijnwerker (ca. 1850/1860), wolkammersknecht (1862), winkelier (1868) te Groningen.

      Hinderikus tr. Groningen 22-05-1862 met Amke Brijers; geb. Warfhuizen 19-12-1834, dochter van Hubertus Brijers en Grietje Jakels Tempel. Amke was voor haar huwelijk dienstmeid te Groningen. Getuigen bij het huwelijk o.a. oom Willem de Vries (70 jr, bierbrouwersknecht) en oom Jan Klaas Mulder (50 jr, winkelier).

    • Annegien Swint; geb. Groningen 22-10-1838, ovl. Groningen 13-11-1908.

      Annegien tr. Groningen 14-11-1872 met Siemen Siebrens; geb. Hoogkerk dec. 1843, zoon van Siebren Siebrens en Grietje Jakels Tempel (weduwe van Hubertus Brijers).

    • Jantje Swint; geb. Groningen 02-11-1841, ovl. Groningen 22-04-1856
    • Albert Swint; geb. Groningen 24-08-1844, ovl. Groningen 01-06-1927. Wolkammer (1868) te Groningen.

      Albert tr. Groningen 20-08-1868 met Annegien Diemer; geb. Groningen 11-11-1844, dochter van Jan Diemer en Berendina Oesewolt. Getuige bij het huwelijk o.a. broer Hinderikus Swint (32 jr, winkelier).

  3. N.N. (zoon) Emmes; geb. Ulrum 03-08-1804, ovl. Ulrum 5-9-1804. Hij overleed “aan de Kinkhoest en Stuiptrekken, in den ouderdom van 4 weeken”.

  4. Harmina Emmes; geb. Groningen [Schoolholm] 08-11-1805, ged. Groningen [A-Kerk] 10-11-1805, ovl. Groningen [Schuitemakersstraat G 179] 12-07-1849.

    Harmina’s overlijden werd aangegeven door tantezegger Sietse de Vries (26 jr, schrijnwerker).

    Harmina tr. Groningen 22-11-1835 Jan Klaas Mulder; geb. Blokzijl 07-01-1812, ovl. Groningen [Pelsterstraat] 02-09-1868, zoon van Klaas Mulder, molenaar, en Geesje Arends Prikken. Klaas was arbeider. In diensttijd was hij met zijn garnizoen gelegerd in Groningen. Getuigen bij het huwelijk waren: Johannes Swint (31 jr, weversknecht), zwager van de bruid, Arend Budde (55 jr, smid), Jan Straatman (40 jr, verver) en Jan Ernst de Groot (28 jr, verver). Volgens het bevolkingsregister van 1840 werkten en woonden Harmina en Jan als dienstmeid en knecht bij boekhandelaar Roelof Jacob Schierbeek aan de Guldenstraat 7 te Groningen. Wijntappersknecht aan de Schuitemakersstraat (1849, Bev.Reg. 1850/1860), eigenaar van een bierhuis in de Zwanestraat (bev.reg. 1860/1870).

    Jan tr.2 Groningen 25-11-1849 met Grietje Smit; geb. Obergum 13-02-1822, dochter van Eise Douwes Smit en Tjaaktje Jans Karsaan.
    Bij het huwelijk van Jan en Grietje getuigden onder andere zwager Willem de Vries (56 jr, bierbrouwersknecht), neef Sietse de Vries (26 jr, schrijnwerkersknecht).

  5. Hinderika Emmes; geb. Groningen [Schoolholm] 8-11-1805, ged. Groningen [A-Kerk] 10-11-1805.

  6. Warner Emmes; geb. Groningen [Pelsterstraat], ged. Groningen [A-Kerk] 7-12-1808, ovl. na 1840.

    Warner tekende in 1829 als vrijwillig soldaat voor zes jaren en werd fuselier in de Schoolcompagnie te Groningen. Was in de jaren 1830-1833 te Maastricht gelegerd, vanwege de Opstand in België, in 1831 werd hij korporaal bij de 8e Afd. Infanterie. Warner werd in 1834 ingedeeld bij het mobiele leger en tekende het jaar daarop voor nog eens 6 jaren dienst. Warner staat vanaf 1836 weer vermeld als fuselier en ging 6 maart 1840 over naar de 10e Afdeling Infanterie.

    Warner werd onderscheiden met het Metalen Kruis in 1832 voor deelname aan de Tiendaagse Veldtocht (aug. 1831) tegen de Belgen.


Uit diverse akten

03-12-1782 (III x 181-209v)

Warner Emmes en Geertruida Alders kopen van ontvanger L. van Oostbroek, als gevolmagtigde van de juffer Alegonda Cransing “eene behuizinge staande ten westen in de Heer Straat tussen de borg en de poort op vrij eigen grond…hebbende de gemelde behuizinge een mandelige gank ten zuiden en tot naasten swetten ten noorden de koopman Hindrik Haak, ten oosten de straat, ten zuiden de mandeelige gank en Simon van der Kamp en ten westen de luitenant Udo Dijk” voor ƒ 2450.

ca. 1788 (III x 189-190)

Scheiding van de boedel van Pieter Alders. Dochter Geertruida verkrijgt “eene behuizinge in de Peperstraat, voor eene Summa van Seshonder Eenensestig Guldens en vijf Stuijvers, alsmede drie Kamers in de Koningsgang, voor ene Summa van tweehonderd vijfenzeventig Guldens en elf Stuivers”.

07-11-1791 (r.a. III x 192-51)

Jacobus Bentum en Annigjen Emmes kopen van Willemtje Pieters, weduwe Derk Parssens “eene behuizinge staande in de Broerstraat, op eigen grond, met een mandelige plaats daarachter, waarop een mandelige put” voor f 1685.

27-10-1794 (III x 195-190)

Warner Emmes en Geertruida Alders verkopen aan Leender Scheen en Alagonda Ommels, ehel. “haar behuizinge staande in de Kleine Peperstraat op vrie eigen grond, hebbende tot naaste swetten, ten Noorden de Straat, ten oosten het magezijn, ten Zuiden de Heer Draper en ten westen Elzijn Assies, wed. Suiring”

08-08-1796 (r.a. III x 199-98)

Jacobus Alberts Bentum en Annechien Emmes verklaren schuldig te zijn aan Jacobus Bentum totaal f 125.

31-07-1797 (III x 200-169)

Warner Emmes en Geertruida Alders verklaarden van “Dr Willem Cremers qq en Johanna Akerman qq als voorstanderen der Roomsche armen te hebben ontfangen de summa van vijfhondert en vijftig Car. Guldens (…) waarom door dezen aan de Voorstanderen der Roomsche armen opgemeld cedeerden, en transporteerden een restant Koopstat ter gelijke summa van vijfhondert en vijftig car. guldens over de behuizinge van den burger Leender Scheen en Alagonda Ommels”.

21-11-1797 (r.a. III x 201-49)

Jacobus Bentum en Annigjen Emmes, wonend te Zuidlaren, verkopen aan Teunis Copenga en Peike Hovius “een behuizinge, staande alhier in de Broerstraat op eigen grond met een mandelige plaats daaragter, waarop een mandelige put, hebbende tot naaste zwetten ten nootden de oud Gesworen G.G. Woldring, ten westen Jan Kassens. Vader Warner Emmes treedt bij deze op als gevolmachtigde.

27-12-1798 (r.a. III ij)

Huwelijkscontract Albert Emmes en Annegien Sieuwkes. Getuigen Warner Emmes en Geertruida Alders en Annegien Emmes en Jacobus Bentum.

15-12-1800 (r.a. III x 207-6)

Warner Emmes en Geertruida Alders verkopen aan koopman Abraham Hartog Hes en Engel Condel Cohen “een behuizinge staande en gelegen ten westen in de Herestraat tusschen de boog en de Poort op eigen grond, met een mandelige gang ten zuiden gemelte behuizinge uitkomende aan de Straat, hebbende tot naaster swetten ten noorden de weduwe Haak, ten Oosten de Straat, ten zuiden Jacob Heikens, ten westen de opene plaats van Udo Dijk”, voor fl. 3600.

07-06-1808 (r.a. III x 223-46)

Warner Emmes benevens zijn minderjarige kinderen Albert Emmes, mede caverende voor zijne drie Zusters Annigjen Emmes, Harmina Emmes Huisvrouw G.W. Immink, Hinderica Emmes Huisvrouw van H.A. Immink en Geertruda Emmes, als erfgenamen van wijlen haare Moeder Geertruida Alders verklaren val G.J.G. Bacot f. 2100 ontvangen te hebben”, restant koopschat van huis aan de Herestraat.

1839

Harmina Emmes, weduwe van ds. G.W. Immink, verkoopt aan Gerrit Steens en Trijntje Hindriks Kwant ‘een behuizing gemerkt letter A, nummer 11v, met een schuurtje en eener Tuin er achter, staande op eigen grond aan de westzijde van de straat te Helpman, zwettende ten noorden aan de steeg, ten oosten aan de Straat, ten zuiden I.H. Kloosterhuis en ten westen aan de weduwe Bruinsma’ voor 600 gulden. Harmina had dit zelf gekocht bij een publieke verkoping op 30-1-1832.

1840

Harmina Emmes, weduwe van ds. G.W. Immink, verkoopt aan Wilke Eisses en Anna Ridder ‘een behuizinge staande westzijde in de Havenstraat te Groningen, geteekend letter E, nummer 1360, doende jaarlijks aan den stad tot grondpacht een gulden zevenenzestig en een halve cents. Zwettende ten noorden de koopers, ten oosten de Straat, ten zuiden de Heeren Hesselink en ten westen de weduwe Christiaan Nicolaas Reidenberg’, voor 400 gulden.

- – voor het laatst bijgewerkt op 6 maart 2010 – -

Reageren »

Laat een reactie achter