Bleker

Hendrina de Groot trok in 1722 vanuit Steenwijk naar Zwolle. Mogelijk leerde ze daar de soldaat Jan Freijling kennen. Het stel trouwde in 1724 in Maastricht, waar Jan op dat moment gelegerd was met de compagnie van kapitein Erkelens. Het paar vestigde zich waarschijnlijk in de jaren 30 in de provincie Groningen, waar hun Frieling-nakomelingen tot op de dag van vandaag wonen.

door

Deze Groningse families Bleker en Bleeker ontlenen hun naam aan het aloude beroep van bleker. Voorvader Albert Jans woonde met zijn gezin op ‘de Bleek’ in Loppersum. In 1743 wordt hij in het doopboek vermeld als bleker.

Uit zijn kleinzoon Jan Jakobs (1779-1845) stamt de Bleker-familie, uit dienst broer Gerrit Jakobs (1777-1856) stammen de Bleekers. De mannen in de Bleker-tak waren vooral landbouwers en schippers, bij de Bleekers waren het dominees en artsen.

door

Aan het begin van de achttiende eeuw trokken de broers Gerben en Frerick vanuit het Friese Blija naar de stad Groningen. Zij kregen de toenaam ‘De Vries’, die later familienaam werd.

door